Wat is een panda?

Een panda wordt ook wel een reuzenpanda of een bamboebeer genoemd. De naam panda betekent bamboe-eter en dit is hij ook zeker, want hij eet graag bamboe. In China wordt de pandabeer ook wel katbeer genoemd, omdat de ogen volgens de Chinezen op de ogen van een kat lijken. De panda leeft in de laaggelegen hellingen van de berggebieden in het westen van China, zoals in Yunnan.

 

Kenmerken van de panda

Een belangrijk kenmerk is de vacht van de panda. Deze vacht is wit, maar heeft verschillende zwarte plekken. Deze plekken zitte vaak bij de ogen, de oren, de schouders en de poten. Misschien lijken de vlekken van de panda wat op de vlekken van koeien, maar de vlekken zijn toch heel anders. Zo kunnen de vlekken van koeien op ieder deel van de huid voorkomen, maar komen de vlekken van panda’s altijd op dezelfde plaatsen terug. Koeien zien er dus altijd anders uit, maar panda’s niet.

or de zwarte vlekken en de witte vacht zien de pandaberen er schattig uit en herken je de beren gemakkelijk. Het is dan ook niet voor niets dat er zo veel pandaknuffels zijn.

Naast de vlekken, is ook het gewicht een belangrijk kenmerk van dit dier. Zo weegt de panda ongeveer 80 tot 100 kilo. Mannetjespanda’s zijn zwaarder dan vrouwtjespanda’s en de schattige babypanda’s wegen ongeveer 85 tot 150 gram.

Wat eten panda’s?

Zoals je al eerder kon lezen, eten panda’s voornamelijk bamboe. Zo eten ze wel 40 kilo bamboe per dag, zoals bamboe bladeren, bamboescheuten en bamboestengels. Gelukkig hebben ze goede tanden en ingewanden die zijn ingesteld op het eten van bamboe, want bamboe is taai eten.

Omdat veel delen van bamboe niet verteerd kunnen worden, moeten ze veel poepen. Vooral als er veel hout in de bamboe zit, moeten ze vaak poepen om weer te kunnen eten. Zo kan een panda wel 100 drollen per dag leggen, als ze 40 kilo bamboe eet per dag.

 

 

De reuzenpanda is een beer met een kenmerkende zwart-witte tekening. Deze bedreigde soort komt uitsluitend in enkele bergwouden in China voor en staat als beeldmerk van het Wereld Natuur Fonds symbool voor de wereldwijde natuurbescherming.

Naamgeving en systematiek

Zijn naam ontleent de reuzenpanda aan een eerder ontdekte Aziatische roofdiersoort waarmee hij overeenkomsten vertoont. Dit roodbruine dier ter grootte van een forse kat was eerst als ‘de panda’ bekend. De nieuwe panda met het formaat van een sint-bernardshond kreeg daardoor de naam ‘reuzenpanda’ en de roodbruine panda werd de ‘kleine panda’. In de loop van de tijd werd de zwarte-witte panda steeds bekender en tegenwoordig is de reuzenpanda 'de panda'. Volgens de huidige inzichten zijn de twee panda's niet nauw verwant. De reuzenpanda hoort bij de familie van de beren terwijl de kleine panda bij de familie van de wasberen is ingedeeld. Vanwege zijn favoriete voedsel wordt hij ook wel bamboebeer genoemd.

 

Lichaamsbouw en voortbeweging

Het opvallendst aan de panda is zijn zwart-witte vacht. De kop is wit met grote zwarte vlekken rond de ogen, zwarte oren en een zwarte neus. Het lijf is wit met een zwarte band over de schouders die overgaat in de zwarte voorpoten. Ook de achterpoten zijn zwart. Hij heeft een korte staart en ronde oren.

Een speciale aanpassing aan zijn manier van eten is de extra ‘vinger’. Zoals bij alle beren steken vijf vingers naar voren. De panda heeft daarbij een polsbotje met een uitsteeksel. Dit uitsteeksel gebruikt hij als een soort duim, waarmee hij een bamboestengel met één hand kan vasthouden. Ook het oorspronkelijk roofdierengebit van de reuzenpanda is aangepast aan zijn taaie voedsel. De hoektanden hebben nog wel iets roofdierachtigs, maar de kiezen zijn breed, plat en bobbelig.

Panda’s lopen schommelend en zijn niet erg snel. Ze kunnen redelijk goed klimmen en goed zwemmen.

 

Voedsel

Het voedsel van de reuzenpanda bestaat vrijwel uitsluitend uit bamboe. Er bestaan honderden verschillende soorten bamboe. De panda heeft een duidelijke voorkeur voor tien daarvan. Omdat hij dit voedsel als roofdier slecht kan verteren, moet hij er veel van eten. Hij is soms wel 14 uur per dag aan het eten en werkt dan minstens tien, maar soms wel zestig kilo bamboe naar binnen.

Voortplanting, gedrag

Reuzenpanda’s krijgen elke twee tot drie jaar een jong. In de paartijd zijn een mannetje en een vrouwtje hooguit een dag of vier bij elkaar. Daarna gaan ze ieder weer hun eigen weg. Na een draagtijd van ongeveer vijf maanden wordt het zeer kleine jong geboren: kaal, blind en met een in verhouding lange staart. Na twee maanden zijn de oogjes open en heeft hij een vacht. Als het jong ongeveer een jaar oud is, gaat hij zijn eerste bamboe eten. Vanaf een jaar of vier is een pandavrouwtje aan voortplanting toe. Bij mannetjes duurt dat vaak iets langer.

 

Leefgebied

Panda's zijn uiterst zeldzaam. De soort komt uitsluitend voor in een aantal bamboebossen in de bergen van Centraal-China. Volgens de meest recente telling (periode 2011 tot 2014) zijn er 1864 exemplaren. Overigens betekent dat wel een stijging ten opzichte van de telling ongeveer tien jaar eerder, toen het aantal op 1600 werd geschat.